Over Elke

Foto Elke_lieveheersbeestjeIk ben geboren kort nadat Ronald Reagan president werd van Amerika.
Bucks Fizz  trok rokjes af en won zo het Eurosongfestival met ‘Making Your Mind Up’. Charles en Diana waren volop in de voorbereiding van hun ‘sprookjeshuwelijk’. Het was juni 1981.

CVP’er Mark Eyskens leidde de regering en het land kreunde onder grote werkloosheid.

Raymond van het Groenewoud deed pogingen om de zomer naar Vlaanderen te halen met zijn hit ‘Cha Cha Cha’…

Maar in Aalbeke, een klein dorpje tussen Kortrijk en Lauwe in de provincie West-Vlaanderen,  was 12 juni een dag zoals zovele andere. Ik werd als het middelste kind van 3 geboren in de familie Decruynaere en mijn ouders noemden mij Elke.

Foto Elke met geitenVader en moeder waren niet katholiek, maar toch zat ik bij de nonnetjes op de lagere school. Het was het enige schooltje in Aalbeke en dus dicht in de buurt.

Hoewel mijn ouders niet echt met politiek bezig waren, namen ze me al op zeer jonge leeftijd mee om te gaan betogen tegen de kernraketten.

Het is dan ook van thuis uit dat mijn maatschappelijk engagement voor het eerst vorm kregen.

In mijn kinderjaren verslond ik veel boeken en hield ik enorm van dieren. Daarnaast probeerde ik zo’n beetje van alles uit: ballet, dictie, toneel, muziek, karate en later ook de jeugdbewegingen. Ik  heb bij de Chiro en Scouts gezeten. Ik had het soms wel moeilijk met de autoriteit van de leiding, was nogal kritisch ingesteld en verkaste al eens van jeugdbeweging. Toen ik 14 was heb ik een opleiding tot jeugdadviseur gevolgd bij het JAC (Jongeren Advies Centrum).

Zo kon ik me inzetten om jongeren met problemen te helpen.

Middelbare school liep ik in Kortrijk, eerst in het Don Bosco-college en later het Sint-Amandscollege. Ik herinner me nog dat wij ten tijde van de Dutroux-affaire spontaan de lessen verlieten om op straat te gaan protesteren tegen het ‘spaghetti-arrest’. Door dat arrest werd onderzoeksrechter Connerotte van het onderzoek gehaald omdat hij samen had gegeten met een paar slachtoffers van Dutroux.

Foto Elke met de SintIk leerde algauw dat als je nadenkt, je mond opendoet en je mening laat horen, je wel degelijk de wereld een stukje kan helpen veranderen in de richting die jij wil.

Toen ik in het 5de en 6de middelbaar zat heb ik meegeholpen om de Vlaamse Scholierenkoepel uit de grond te stampen. Dankzij de Scholierenkoepel kon ik debatteren en brieven schrijven naar ministers en parlementsleden. Toenmalig minister van Onderwijs Luc Van den Bossche heeft vast en zeker nog post van mij gekregen.

Ik geloof enorm in participatie-initiatieven met kinderen en jongeren, waarbij ze zelf ondervinden hoe besluitvorming werkt. Dat werkt mobiliserend.

Het is goed voor onze democratie en leert jongeren zelf nadenken over de maatschappij en over hun toekomst. Het laat hen voelen dat je niet bij de pakken moet blijven zitten.

In 1999 ben ik lid geworden van Agalev. Vooral uit boosheid en verontwaardiging.

Ik was enorm verontwaardigd omdat ik vond dat de volwassenen zo fout bezig waren. Zij waren de wereld, waarin wij jongeren nog het langste moesten leven, zo om zeep aan het helpen. Ik vond dat zij niet met de juiste dingen bezig waren. In plaats van al die grote theorieën dacht ik, kijk toch eens naar beneden, kijk eens naar deze aardbol en zie eens hoe het hier misloopt!  Ik ging toen mee met Jong-Agalev op actiekamp tegen de kernwapens. Het was een echte openbaring om er met zoveel gelijkgezinden te kunnen discussiëren en debatteren over maatschappij en politiek. Twee jaar later ben ik in het nationaal partijbestuur van Agalev gekomen.

Ik was toen 19 en Agalev maakte deel uit van de regering Verhofstadt I.

Dat waren boeiende tijden! Wekelijks vergaderde ik met kopstukken zoals Jos Geysels, Vera Dua, Magda Aelvoet en Mieke Vogels. Ik ben lange tijd actief gebleven bij Jong Agalev en Jong Groen. Daarnaast engageerde ik me ook in de beweging van de andersglobalisten, nam ik deel aan het Europees Sociaal Forum in Firenze, werkte mee als reporter voor Indymedia en zette manifestaties op tegen de oorlog in Irak.

Het ging allemaal razendsnel. Intussen studeerde ik Nieuwste Geschiedenis in Leuven en in Gent. Maar Leuven kon voor mij niet tippen aan Gent. Als kind was ik hier al eens geweest tijdens de Gentse Feesten en dat had veel indruk gemaakt op mij.

Ik had het gevoel dat het hier in Gent allemaal gebeurde!

Toch ben ik eerst nog een tijdje in Kortrijk gaan wonen. Maar ik kon, zoals zovele West-Vlamingen, niet weerstaan aan de lokroep van Gent. Wat ik fantastisch vind aan deze stad zijn in de eerste plaats de Gentenaars zelf. We zijn intussen met zo’n 250.000 mensen van allerlei slag en oorsprong. Bijzonder betrokken en rebels ingesteld. Walter De Buck zei het een tijdje geleden nog: ‘Als ze niet kunnen reclameren, is het niet goed’. Ik was zelf een tijd actief bij buurtcomité Buitensporig en bij stadskrant Tiens Tiens.

In het voorjaar van 2006 vroegen ze mij om mee te doen aan de gemeenteraadsverkiezingen in Gent. Ik kreeg de 7de plaats op de lijst en dacht, oké, we zullen wel zien. Maar ik raakte verkozen en mocht in de Gentse gemeenteraad gaan zetelen.

Al snel merkte ik dat de Gentenaars echt wel zin hebben voor initiatief en zich niet zomaar bij van alles neerleggen. Iets wat perfect past bij mijn karakter.

Mijn collega Filip Watteeuw, nu ook schepen, was toen fractieleider van de Gentse groenen. Hij fronste herhaaldelijk zijn wenkbrauwen en zei tegen mij: “Rustig Elke, rustig!”  Dus toen Filip naar het Vlaams parlement vertrok was het eigenlijk een beetje logisch dat ik hem opvolgde.

Toen al leefde de gedachte in mij om volledig met politiek bezig te kunnen zijn. Maar dat was nog niet aan de orde.

Ik heb tien jaar in de gehandicaptensector gewerkt. Het is eigenlijk door de handicap van mijn broer dat ik deze beslissing nam. Eerst was ik beleidsmedewerker bij de vzw GRIP (Gelijke Rechten voor Ieder Persoon met een handicap), later coördinator van het Expertisecentrum Onafhankelijk Leven en vanaf 2010 deed ik beleidswerk voor het PAB (Persoonlijk Assistentie Budget in Vlaanderen) bij Onafhankelijk Leven vzw.

Bij de federale verkiezingen van 2010 raakte ik net niet verkozen. Even een bittere pil, maar de knop was snel omgedraaid.

Een jaar later is ons zoontje Ot geboren. En dat gaf mij een enorme ‘drive’ om verder te doen, om dingen te proberen veranderen, te verbeteren.

Want ik wil dat mijn kind en alle andere kinderen het later als volwassene ook nog goed zullen hebben op deze wereld.

In de lente van 2011 hebben Filip Watteeuw en ik dan samen met burgemeester Termont en Freya Van den Bossche het kartel SP.A-Groen gevormd. De tijd was er rijp voor. Gent had nood aan een vernieuwend, ecologisch project! Dat we goed gingen scoren bij de gemeenteraadsverkiezingen, daar twijfelde ik niet aan.  Maar dat we zo’n mandaat kregen van de kiezer… daar stond ik wel even perplex van!

Groen behaalde voor het eerst 10 zetels en we konden met zijn drieën schepen worden, Tine Heyse, Filip Watteeuw en ik.

Ik kreeg de bevoegdheid over Onderwijs, Opvoeding en Jeugd.

Op 20 januari 2014 werd ons tweede kindje Ada geboren.

Nu u dit gelezen heeft, zult u ongetwijfeld begrijpen waarom ik me heel goed kan vinden in dit mandaat. Ik wil me elke dag opnieuw inzetten om van Gent de meest kindvriendelijke stad van Vlaanderen te maken!

Groeten

Elke Decruynaere,

schepen van Onderwijs, Opvoeding en Jeugd.

 

Klik hier om het artikel 'Dit is de vrouw die het Gentse Kartel redde' verschenen in De Standaard op 16 februari 2017.