Lijn 3 - buskruit

Lijn 3 - buskruit
14/02/2010
in

‘Ik wil het debat openen.’ Dat zegt Jan Beke in de reportage die te zien is op de tentoonstelling in het Caermersklooster. Dat is alvast gelukt.

Gastenboeken staan meestal volgekrabbeld met obligatoire lofbetuigingen. De commentaren in het exemplaar dat ik zaterdag inkeek zijn haast even kleur- en contrastrijk als de foto’s uit het boek Lijn 3. Vloeken van mensen die het te eenzijdig, rauw of ronduit misplaatst vinden en gejubel om de mooie beelden, treffende verhalen en het lef om dit op poten te zetten.  

Lef is het juiste woord. Want zoals te verwachten viel zijn de reacties niet min. Er vloeide al veel virtuele inkt over en net nog werd een open brief de wereld in gestuurd.  

Maar wat mij verbaast is dat die verontwaardiging gaat over het eenzijdige beeld, om het ontbreken van het kader en alle goede zaken die wel gebeuren of te gebeuren staan. Over het feit dat het leven van al die gezinnen en mensen die in de Brugse Poort wonen en waar het wél goed gaat, niét aan bod komt. Waar blijft de verontwaardiging over de schrijnende armoede en de uitzichtloze miserie die blijkt uit de foto’s en de teksten? En de verwondering over de levenskracht, energie en het volgehouden optimisme dat evengoed naar voor komt in de beelden? (van de wijkagent bvb)  

Die verontwaardiging en die verwondering mis ik.  

Een representatief beeld geven van de Brugse Poort was niet de bedoeling. Wie dat wil, kijkt maar Man bijt hond –of In de gloria, zo je wil. Het boek geeft een realiteit weer van mensen die er wonen. De realiteit van mensen die aan de onderkant van onze maatschappij leven. Eén van de realiteiten. Net zoals mijn realiteit – die van blanke middenklasser eind de twintig, opgeslorpt door politiek – anders is dan die van veel leeftijdsgenoten of mensen die in mijn buurt wonen.  

Als je een paar jaar als straathoekwerker in een stad als Gent gewerkt hebt, ben je in contact gekomen met de meest schrijnende situaties. De onderkant van de samenleving waar de strijd bikkelhard is en de situaties uitzichtloos zijn. Waar matrassen -opgestapeld in een vrachtwagen- per nacht verhuurd worden omdat de nachtopvang vol zit. De getuigenissen die ik de afgelopen jaren hoorde van basiswerkers en vrijwillige hulpverleners in Gent zijn hallucinant. Ik vind het zinvol dat die realiteit getoond wordt. Ze is niet mooi en je vraagt je af wat je ermee aan moet, maar je vraagt het je nu ten minste af.  

Ik eindig met een anekdote. Een vriendin nam een paar jaar terug de verkeerde tram. Gechoqueerd vertelde ze me over wat ze gezien had op die rit met tram 4. Droevige plekken, vuilnis, grijsheid en een onvermoede multiculturaliteit hadden haar een ander beeld van Gent gegeven dan dat uit onze studententijd.  

Als zo’n tramrit al een verrassing kan zijn, dan is het project Lijn 3 dat zeker. Het contrasteert fel met het beeld van het gezellige Gent en ook de fijne realiteit van velen (gelukkig!) over hoe plezant het hier wonen is. Maar de beelden van Lijn 3 kun je ook schieten in Ledeberg, in Heirnis, Dampoort, Rabot, de Bloemekeswijk, Rooigem, Malem en Nieuw Gent. Ook daar zullen ze niet volledig representatief zijn voor al wat leeft en gebeurt in die buurten. Maar dat betekent niet dat we ons er niet meer kwaad over mogen maken.    

 

Uit het boek Lijn 3:  

“Tegen het vergeten 

En plots zijt ge te oud om op de hoek van de straat te staan;

Om sigaretten uit te delen en te hopen dat er iets verandert

Om te denken dat ge er iets van begrijpt

Dat ze na al die tijd ook een beetje van u is 

Uw wijk 

Hoe gaat ge om met een uitzichtloosheid die niet de uwe is;

Als compassie een bot mes is geworden

En het buskruit van uw wilskracht

Te lang in de regen heeft gestaan”  

 

Alle informatie over het boek en de tentoonstelling: http://www.lijn3.be